Woonopstand

- landelijke woonbeweging -

PERSBERICHT: Woonopstand presenteert zwartboek politieoptreden 17 oktober, eist onafhankelijk onderzoek

Vandaag presenteert Woonopstand een zwartboek met verklaringen en beelden van slachtoffers en getuigen van het absurde, verwerpelijke en gewelddadige politieoptreden tijdens de demonstratie in Rotterdam op 17 oktober. Wij veroordelen het excessieve politieoptreden en eisen dat burgemeester Aboutaleb een onafhankelijk extern onderzoek instelt.

Vandaag presenteert Woonopstand een zwartboek met verklaringen en beelden van slachtoffers en getuigen van het absurde, verwerpelijke en gewelddadige politieoptreden tijdens de demonstratie in Rotterdam op 17 oktober. Wij veroordelen het excessieve politieoptreden en eisen dat burgemeester Aboutaleb een onafhankelijk extern onderzoek instelt.

In ons statement (zie onder) gaan we dieper in op de vele manieren waarop het excessieve politieoptreden het demonstratierecht ernstig heeft ingeperkt, het gebruik van zwaar geweld door politie en ME tegen demonstranten, en de profilering en criminalisering van groepen mededemonstranten. Woonopstand is solidair met iedereen die slachtoffer is geworden van het optreden van de politie Rotterdam.

Op 17 oktober jl. waren bijna 10.000 mensen aanwezig bij de landelijke demonstratie Woonopstand in Rotterdam om te protesteren tegen het falend woonbeleid. Een demonstratie die in goede sfeer en vreedzaam verliep is ruw verstoord door het ingrijpen van de politie en de ME op de Erasmusbrug. 

Demonstreren is een grondrecht. Politiechef Westerbeke noemde in het AD van 31 oktober de politie “de waker van de rechtsstaat”. Maar wij constateren dat juist door het excessieve politieoptreden het demonstratierecht ernstig is ingeperkt en voor een deel van de demonstranten is hun demonstratierecht door de politie zelfs beëindigd.

De politie Rotterdam gaf gisteren een selectief deel van de dronebeelden vrij, waarop heel veel dingen niet te zien zijn die op de amateurbeelden wél te zien zijn, zegt ook Amnesty. We zien ook niet wat er voorafging aan de omsingeling van een groep demonstranten. Naast het zware politiegeweld op de brug heeft het excessieve politieoptreden voorafgaand aan de omsingeling het demonstratierecht ernstig aangetast door preventieve controles en profilering van groepen demonstranten.

Ook Amnesty uitte hun ernstige zorgen over het politiehandelen, het Nederlands Juristen Comité voor Mensenrechten sprak over “schokkend politieoptreden”. Acht lokale politieke partijen hebben een raadsdebat aangevraagd, er zijn schriftelijke vragen gesteld aan burgemeester Aboutaleb en Kamervragen aan demissionair minister Grapperhaus.

Op 4 november om 14:00 uur bespreekt de Rotterdamse gemeenteraadscommissie Veiligheid en Bestuur het politieoptreden. Woonopstand zal hier samen met mede-initiatiefnemers van de demonstratie en individuele demonstranten inspreken. Daarnaast zullen wij ons zwartboek en statement overhandigen aan burgemeester Aboutaleb en raadsleden. Wij constateren dat in de reacties van locoburgemeester Van Gils, politiechef Westerbeke en commissaris Abdoel Wahid elke vorm van zelfkritisch vermogen ontbreekt en dat is zorgelijk als grondrechten zoals het demonstratierecht met voeten worden getreden.

Wij roepen burgemeester Aboutaleb op om een onafhankelijk extern onderzoek in te stellen naar het politieoptreden vooraf en tijdens de Woonopstand op 17 oktober.

In bijgaand statement lichten wij dit verder toe.

Op woensdag 3 november 19:00 organiseert Coalitie tegen Politiegeweld een demonstratie tegen politiegeweld, racisme en discriminatie bij de politie en de verdere bewapening van politie. Een vervolgprotest vindt plaats tijdens de commissievergadering Veiligheid en Bestuur.

Woonopstand is een brede coalitie van (woon)strijdbewegingen, actiegroepen en organisaties die samenwerken om het woonbeleid radicaal te veranderen en heeft hiervoor 9 concrete eisen geformuleerd. De Woonopstand wordt gesteund door meer dan 160 organisaties. Kijk voor meer informatie op woonopstand.nl.


Contactinfo voor pers

STATEMENT

Ernstige inperking van het demonstratierecht

Demonstreren is een grondrecht en de demonstratievrijheid moet zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Het is de taak van de burgemeester en de politie om het demonstratierecht te beschermen en maximaal te faciliteren. Het baart dan ook zorgen dat locoburgemeester Van Gils zijn brief d.d. 21 oktober jl. over het politieoptreden aan de gemeenteraad begint met de zin: “Het is mijn taak om zorg te dragen voor de bescherming van demonstranten en omstanders.” Dit suggereert dat de burgemeester van meet af aan alleen oog had voor de openbare orde.

Het ‘bestrijden en voorkomen van wanordelijkheden’ is volgens de Grondwet een legitieme reden om het demonstratierecht in te perken. Maar de drempel voor optreden ligt hoog. Amnesty zei hierover in reactie op het optreden op 17 oktober: “Slechts de verwachting van de politie dat sommige demonstranten iets strafbaars zouden kunnen gaan doen, rechtvaardigt dit ingrijpen NIET” [zie ook het Handboek Demonstreren ‘Bijkans heilig’]. Toch is dit precies wat de politie en de burgemeester hebben gedaan, aldus Westerbeke in het AD: ingrijpen op basis van de “vrees voor ongeregeldheden”. Op de livestream van OPEN Rotterdam is te horen dat een agent tegen een demonstrant zegt “deze groep willen we niet in de binnenstad hebben” en “er is nog niks gebeurd en dat willen we ook zo houden.”

Uit de verklaringen van locoburgemeester Van Gils en politiechef Westerbeke blijkt nergens dat er concrete dreiging was die preventief politieoptreden rechtvaardigde. “De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we uiteindelijk weinig hebben gevonden. Je kan dus stellen dat het mogelijk rustig was gebleven wanneer we niet hadden ingegrepen,” concludeerde politiechef Westerbeke ook zelf.

Wij constateren dat het demonstratierecht op verschillende manieren ernstig is ingeperkt. Al voor de demonstratie deed de politie pogingen om het demonstratierecht in te perken, door ons als organisatoren van de Woonopstand te vragen naar de aanwezigheid van groepen waar wij ons zorgen over zouden kunnen maken. Ook wilde de politie vooraf weten wie er zouden komen spreken. Wij hebben geen informatie gedeeld. Wij wijzen erop dat de politie dit niet had mogen vragen, omdat het kan leiden tot vage verdachtmakingen en profilering van groepen, die zich daardoor mogelijk niet meer vrij voelen om van hun demonstratierecht gebruik te maken.

Ook vroeg de politie naar de inhoud van de verschillende toespraken en zei dat er bij opruiende toespraken een Officier van Justitie zou meekijken. De mogelijkheid dat een spreker van het podium gehaald zou worden werd geopperd, waarbij de politie er bij de organisatie op aandrong dit te voorkomen. Dit gaat het faciliteren van een demonstratie ver voorbij. Woonopstand zet zich in voor een radicale hervorming van ons woonbeleid waarbij wonen als mensenrecht wordt verwezenlijkt. Woonrechten staan onder grote druk in Nederland. Wij moeten zonder vrees en in vrijheid kunnen spreken over radicale oplossingen. Je kunnen verenigen is een essentieel onderdeel hiervan.

Op de dag zelf, voor en tijdens de demonstratie, heeft het politieoptreden het demonstratierecht van mededemonstranten ingeperkt door hen te onderwerpen aan ID-controles en preventief fouilleren (bijv. in de straten rondom het park, op station Rotterdam Zuid, in het Afrikaanderpark). Volgens locoburgemeester Van Gils dient dit een doel: “Het vroegtijdig controleren van een individu of groep zorgt er vaak voor dat een identiteit bekend wordt bij de politie, waardoor het betreffende individu of de groep in een later stadium zich niet (of minder) misdraagt.” Maar in feite is hier sprake van inperking van demonstratierecht. In de context van het demonstratierecht is de drempel om preventief op te treden zeer hoog, omdat preventief optreden, in de woorden van Amnesty, mensen kan afschrikken om zich uit te spreken en aan demonstraties mee te doen. Mensen hebben het recht om onbespied te demonstreren. Het is bovendien zeer de vraag of preventief fouilleren voor dit doeleinde rechtmatig is.

Er zijn bij ons verschillende meldingen binnengekomen van agenten in burger die tijdens de demonstratie in het park en tijdens de mars de confrontatie zochten met mededemonstranten door hen hinderlijk te benaderen. Tijdens de optocht was het de politie die in het zwart geklede mensen provoceerde door tegen hen op te lopen en tussen vriendengroepen in te gaan lopen die met elkaar in gesprek waren.

Tijdens de mars van het Afrikaanderpark naar het centrum is het demonstratierecht ernstig ingeperkt door de demonstratie te splitsen, een groep van 150 à 200 demonstranten die onder andere tot het anarchistisch blok horen en omstanders te isoleren en de gehele demonstratie langer dan een uur op te houden. Een groep van ongeveer 50 demonstranten is per tram afgevoerd.

Een veel grotere groep demonstranten – enkele duizenden – is door het excessieve optreden en zware geweldgebruik door politie en ME afgeschrikt en heeft de demonstratie voortijdig verlaten om zichzelf in veiligheid te brengen. Het politieoptreden heeft dus het demonstratierecht van duizenden burgers effectief beëindigd. In enkele verklaringen die zijn opgenomen in het zwartboek laten mensen weten niet langer naar demonstraties te zullen gaan.

Uit de brief van locoburgemeester Van Gils blijkt niets dat dit excessieve en preventieve politieoptreden kan rechtvaardigen. De fouillering waarbij de boksbeugel zou zijn aangetroffen heeft niet tijdens de demonstratie plaatsgevonden, maar voorafgaand aan de demonstratie in een supermarkt in de buurt van het Afrikaanderpark. Verder zijn een aardappelschilmesje en licht vuurwerk aangetroffen. Dit is op geen enkele manier een rechtvaardiging voor het frustreren van het demonstratierecht van bijna 10.000 mensen en het beëindigen van het demonstratierecht voor een groep van 50 demonstranten.

Excessief politieoptreden en gebruik van zwaar geweld

Op 17 oktober was, in tegenstelling tot wat de organisatie in het vooroverleg was medegedeeld, een enorme politiemacht zichtbaar op de been: gewone politie, ME, politie in burger en een aanhoudingseenheid. Ook was er vanuit een politiebusje met een videocamera voortdurende surveillance op de mars. Dit alles in tegenstelling tot wat tijdens de vooroverleggen, waarbij werd uitgegaan van ca. 10.000 demonstranten, door de politie aan de organisatie is verteld: dat er 30 ‘platte petten’ aanwezig zou zijn en de ME slechts op de achtergrond, vrijwel onzichtbaar, aanwezig zou zijn. Het is onduidelijk waarom preventief optreden door de politie noodzakelijk was als er ruim voldoende politie aanwezig was om bij eventuele wanordelijkheden effectief op te treden.

Volgens richtlijnen van de VN moet de politie de-escalerend optreden tijdens demonstraties. Op 17 oktober is het omgekeerde gebeurd. De demonstratie verliep vreedzaam, totdat de ME besloot een groep mededemonstranten te isoleren. Het zijn niet de demonstranten of groepen demonstranten geweest die de Erasmusbrug geblokkeerd hebben, dit heeft de politie zelf gedaan.

Locoburgemeester Van Gils en politiechef Westerbeke spreken over anti-overheidsleuzen en anti-politieleuzen die kennelijk mede aanleiding waren voor het in de gaten houden en uiteindelijk afzonderen van een groep demonstranten. Het roepen van anti-overheidsleuzen is een onlosmakelijk onderdeel van demonstraties. Het doel van een demonstratie is immers door het uitoefenen van kritiek op de overheid beleidswijzigingen te bewerkstelligen. In het kader van de grondrechtelijke demonstratievrijheid is er juist ruimte om meningen die choquerend, beledigend en verontrustend zijn te kunnen uiten. In dat kader waren de anti-overheidsleuzen op 17 oktober volstrekt gerechtvaardigd.

Pas nadat een grote groep mededemonstranten door de politie was gegijzeld (of in termen van Van Gils en Westerbeke “geïsoleerd”) en de gehele demonstratie noodzakelijkerwijs tot stilstand kwam, werd de sfeer grimmig. Het ‘huisje’ kwam pas nadat de politie een deel van de demonstratie al ruim een half uur gegijzeld had gehouden in beeld. Op de eigen dronebeelden van de politie en andere beelden is te zien dat het huisje in een langzaam tempo richting de politie werd gereden, dat er voldoende gelegenheid en tijd was voor de politie om het huisje eerder al tegen te houden en dat politieagenten staan toe te kijken hoe het huisje naar de linie wordt gereden. Van een “aanval in de rug” is absoluut geen sprake. Dat Van Gils in dit deel van zijn brief de chronologie niet volgt is een duidelijk teken dat hij zich er terdege van bewust is dat het niet (een deel van) de demonstranten was die de escalatie uitlokte, maar dat de escalatie volledig aan de politie te wijten is.

De VN-richtlijnen schrijven verder voor dat als de inzet van geweld toch noodzakelijk is, het geweld minimaal moet zijn. In de vele verklaringen van demonstranten zelf en van getuigen, en op de vele videobeelden en foto’s, lezen en zien we dat de politie heel zwaar geweld heeft gebruikt tegen demonstranten. Minstens zes personen hadden spoedeisende hulp nodig en een veelvoud heeft lichamelijk letsel opgelopen. Voor veel mensen, onder wie mensen die voor het eerst bij een demonstratie waren, is het een traumatische ervaring geweest. Op de vele videobeelden en foto’s is te zien dat de politie, ME en agenten in burger met wapenstokken insloegen op vreedzame demonstranten, op demonstranten die op de grond zaten, op demonstranten die weg probeerden te komen. Verschillende demonstranten zijn met de wapenstok op hun hoofd geslagen. Op foto’s die zijn opgenomen in het zwartboek is te zien dat een politieagent naar zijn pistool grijpt, het vastpakt, maar zich gelukkig bedenkt, om vervolgens een fotograaf met zijn wapenstok te slaan terwijl hij hem vasthoudt. Politiehonden stonden klaar om ingezet te worden en er zijn charges met paarden verricht. Een waterkanon was in aantocht.

Er is een groep van 50 demonstranten met een tram afgevoerd van de Erasmusbrug. Zij zijn onderworpen aan ID-controle, gefouilleerd en gefotografeerd. Slechts vijf personen uit de tram zijn na controle aangehouden voor, aldus de brief van Van Gils, “wapenbezit, opruiing, openbare schennispleging en belediging”. We weten nu dat dat ‘wapen’ een aardappelschilmesje was. We herhalen de constatering van Westerbeke zelf: er is eigenlijk niets gevonden.

Wij hebben bovendien ernstige zorgen over de inzet van ‘stillen’ (politie in burger) die in groten getale door ons, mededemonstranten en journalisten zijn waargenomen. Zij mengden zich met de demonstranten en enkelen van hen gedroegen zich agressief jegens demonstranten. Ook de mate van infiltratie van ‘stillen’ baart zorgen: enkelen van hen hadden proteststickers van deelnemende organisaties als BPW op de kleding, scandeerden protestleuzen mee en droegen protestborden. Op een video is te zien hoe een groepje agenten in burger uit een busje springen om een demonstrant te arresteren en in het busje af te voeren. Dit zijn acties die veel onrust veroorzaken onder demonstranten en omstanders.

Profilering en criminalisering van groepen mededemonstranten

Wij hebben ook grote zorgen over de manier waarop groepen mededemonstranten door de politie en locoburgemeester Van Gils zijn geprofileerd en gecriminaliseerd op basis van ideologische en uiterlijke kenmerken, en tijdens de demonstratie zijn geïsoleerd en uitgesloten. Er is nooit sprake geweest van “groeperingen die zouden kunnen aansluiten”, zoals de politie in de vooroverleggen aangaf en ook locoburgemeester Van Gils meent in zijn brief. De woondemonstraties trekken een brede en diverse beweging die wordt gesteund door meer dan 160 organisaties waarin ook mensen die graag zwarte kleding dragen of zichzelf anarchistisch noemen welkom zijn. De politie heeft zich op basis van vage informatie gericht op groepen mededemonstranten en deze verdacht gemaakt en geprofileerd als groepen waar dreiging van uit zou kunnen gaan.

Al voor de demonstratie, tijdens de overleggen tussen politie en organisatie, vroeg de politie naar informatie over groepen, waarbij de politie expliciet het ‘anarchistisch blok’, ‘AFA’ en Extinction Rebellion (XR) noemde. Dat deze groepen ook tijdens de demonstratie zijn onderworpen aan surveillance en politiegeweld suggereert dat de politie acteerde op vooroordelen en onderbuikgevoelens en gericht was op het uitsluiten van specifieke ideologische groeperingen die onderdeel zijn van de woonstrijd. Zowel uit uitlatingen van een politiemedewerker tegen een demonstrant op video (“deze groep willen we niet in de binnenstad hebben”) als uit de opstelling van de ME op de Erasmusbrug blijkt dat de burgemeester en politie kennelijk denken de bevoegdheid te hebben te bepalen wie zijn grondrechtelijke demonstratievrijheid wel en niet mag uitoefenen.

De mededemonstranten die tot het ‘anarchistisch blok’ behoren en demonstranten die door de politie als zodanig werden geïdentificeerd zijn al voor de demonstratie en tijdens het deel in het park aan ID-controle en preventief fouilleren onderworpen. Een groep mededemonstranten die in het zwart gekleed ging werd op de Erasmusbrug geïsoleerd van de rest van de demonstratie en een deel daarvan is met de tram afgevoerd. Wij constateren dat het demonstratierecht van een groep burgers is ingeperkt op grond van vage verdachtmakingen op basis van ideologische en/of uiterlijke kenmerken.

Kledingkeuze, gezichtsbedekking (op de beelden zijn veel mondneusmaskers te zien), groepsvorming, anti-overheidsleuzen en grote tassen tijdens een demonstratie zijn geen gronden die een preventieve politiecontrole rechtvaardigen en het is dan ook volstrekt begrijpelijk dat mensen poogden deze ongegronde controles te vermijden. Vervolgens wordt deze reactie door locoburgemeester Van Gils en politiechef Westerbeke tegen deze demonstranten gebruikt, waaruit geen enkel besef blijkt dat de eigen actie van de politie jegens deze groep demonstranten heeft geleid tot de “grimmige sfeer”.

Gebrekkig overleg van politie met Woonopstand

Woonopstand op 17 oktober is georganiseerd door tientallen mensen die in hun vrije tijd maanden bezig zijn geweest met het organiseren van een vreedzaam protest om aandacht te vragen voor de immense woonproblematiek en bij de politiek aan te dringen op een rechtvaardig woonbeleid. Vooraf is meerdere malen overleg geweest met de gemeente en, ook afzonderlijk, met de politie (zie onder). Tijdens die overleggen heeft de politie toegezegd om gedurende de demonstratie altijd in overleg te blijven met de organisatie, ook in geval van zorgen over aanwezige demonstranten of groepen en in het geval er wanordelijkheden zouden optreden, zodat wij als organisatie de gelegenheid zouden hebben om demonstranten die zich kennelijk ongepast gedroegen hierop aan te spreken. Op geen enkel moment is dit ons als organisatie mogelijk gemaakt. Pas nadat de groep demonstranten was geïsoleerd kregen wij te horen dat de politie zorgen had over deze groep.

Juist wij als organisatie kunnen inschatten hoe gedragingen van demonstranten begrepen moeten worden. Wij vragen ons af waar alle overleggen met de politie toe dienden. Dat de organisatie zowel vooraf als tijdens de mars niet is betrokken bij de zorgen die de politie had over groepen wijst op wantrouwen tegen eigen burgers.

Woonopstand eist onafhankelijk extern onderzoek

Als de politie geweld heeft gebruikt tijdens een demonstratie, moet dat worden onderzocht. De brief van locoburgemeester Van Gils en de verklaring van politiechef Westerbeke baren ons ernstige zorgen, omdat er geen besef uit blijkt van de verantwoordelijkheid van de burgemeester en politie voor het beschermen van ieders demonstratierecht. Het relaas biedt geen inzicht in de noodzakelijkheid van het politieoptreden, noch in de juridisch-bestuurlijke kaders van dat optreden. Het is zeer zorgelijk dat de burgemeester elk zelfkritisch vermogen mist en geen enkel probleem ziet in het politieoptreden, zeker nadat Amnesty en het NJCM hun zorgen hebben geuit.

Het ontbreken van probleembesef en zelfreflectie is nog eens extra zorgelijk omdat het politieoptreden op 17 oktober helaas niet uniek is voor Rotterdam of voor demonstraties in het algemeen. Ook op 12 september tijdens het Woonprotest in Amsterdam ging het mis. Rotterdam kent ook een langere geschiedenis van excessief politieoptreden tijdens demonstraties. Onze burgemeester is kennelijk burgervader van de politie, maar niet van burgers die zich beroepen op hun demonstratierecht. Wij hebben geen vertrouwen meer in burgemeester Aboutaleb. Grondrechten zijn bij hem niet in goede handen.

Op 4 november bespreekt de Rotterdamse gemeenteraad het politieoptreden in de gemeenteraadscommissie Veiligheid en Bestuur. Wij roepen de gemeenteraadsleden op om burgemeester Aboutaleb en politiechef Westerbeke ter verantwoording te roepen. Wij eisen dat burgemeester en politie volledig transparant zijn over het handelen van de politie en verantwoording afleggen over de gebeurtenissen op 17 oktober.

Wat daarvoor nodig is, is een onafhankelijk extern onderzoek naar het politieoptreden voorafgaand aan en tijdens de Woonopstand op 17 oktober. Woonopstand deelt graag de vragen die zij beantwoord wenst te zien in het onafhankelijke externe onderzoek. In het onderzoek moet ten minste het volgende worden meegenomen:

  1. Het juridisch-bestuurlijk kader voor het politieoptreden, de bestuurlijke verplaatsing per tram, de ID-controle en het preventief fouilleren van demonstranten, en
  2. De tactiek van de politie en ME in voorbereiding op en op de dag zelf, inclusief de overwegingen over profilering van groepen en mogelijkheden voor de-escalatie.

Verantwoording voor het excessieve optreden tijdens de demonstratie op 17 oktober is noodzakelijk niet alleen voor alle aanwezige demonstranten, maar ook gezien het demonstratierecht en de veiligheid van demonstranten op volgende demonstraties in Rotterdam en elders.

Bewijs van kennisgeving Woonopstand d.d. 15 oktober (PDF)

Overzicht vooroverleggen

  • met gemeente en veiligheidsdiensten, online: 16 september, 22 september, 7 oktober
  • met politie Feijenoord en Centrum en Stafteam Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO), op bureau Maashaven: 8 oktober, 13 oktober.

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Email
nl_NL